|
|
Minister van VROM
Mevr. J. Cramer
p/a Bureau GGO
Postbus 1
3720 BA Bilthoven
Geachte mevrouw J. Cramer,
Betreft: zienswijze en bezwaarschrift tegen het voornemen van het aanleggen van gentechaardappelproefvelden op diverse plaatsen in Nederland door Wageningen Universiteit. Het betreft:
PorM/RB IM 09-002
1. AANVRAAG 1 1 Voor De aanvraag heeft betrekking op kleinschalige veldwerkzaamheden met Phytophthora resistente aardappellijnen. Door de genetische modificatie wordt beoogd de aardappel verminderd vatbaar te maken voor Phytophthora infestans. De werkzaamheden zijn voorgenomen plaats te vinden in de gemeenten Aa en Hunze, Borger-Odoorn, Coevorden, Eemsmond, Rhenen en Wageningen.
De aanvraag omvat aardappelplanten ( Solanum tuberosum ) waarin combinaties van de volgende genen (eigenschappen) zijn gebracht:
- Rpi genen (incl. eigen regulatiesignalen), coderend voor resistentie tegen Phytophthora infestans afkomstig uit knoldragende Solanum soorten - nptII (neomycine fosfotransferase), coderend voor kanamycineresistentie. - ahas (acetohydroxyacid synthase), coderend voor herbicidentolerantie; en waarbij de werkzaamheden zijn aangevraagd onder het hanteren van de volgende maatregelen: - het aantal locaties is beperkt tot maximaal 5 per jaar met een omvang per locatie van maximaal 1 ha; - er wordt een afstand van 3 meter tussen de teelt van de genetisch gemodificeerde aardappelen en andere aardappelplanten die niet tot de proef behoren aangehouden; - het jaar na teelt met genetisch gemodificeerde aardappel zal opslag verwijderd worden. 4 AANLEG PROEFOBJECT
4.1 Geef op een kopieerbare kaart, bij voorkeur een kadastrale kaart, een situatieschets van de ligging van het proefobject binnen de gebruikte percelen. VERTROUWELIJK DEEL TEN BEHOEVE VAN HANDHAVING (aanvraagformulier VROM). Vraag 1 : Dit mag niet meer vertrouwelijk zijn volgens de Raad van State. Waarom is dit formulier daarop nog niet aangepast? “2.6.8. Gezien hetgeen de Afdeling hiervoor heeft overwogen, was de minister uit hoofde van richtlijn 2001/18 verplicht tot openbaarmaking van de informatie omtrent de precieze geografische ligging van de percelen waarbinnen de proefobjecten zijn gelegen.”
De ligging van de locaties ten opzichte van officieel beschermde gebieden is getoetst aan de gegevens beschikbaar via de website van Het Natuurloket. Voor alle locaties met uitzondering van twee locaties in Wageningen (PHY-9 en PHY-10) en de locatie in Aa en Hunze (PHY-11), geldt dat die minimaal een kilometer verwijderd liggen van officieel beschermde gebieden. De locaties PHY-9, PHY-10 en PHY-11 liggen respectievelijk op ongeveer 500 meter, 10 meter en 100 meter afstand van een officieel beschermd gebied. Blz 15 Relatie met ggo veldproeven Veldproeven met genetisch gemodificeerde gewassen kunnen worden gezien als projecten die onder de NBW (ook) vergunning behoeven. Dit hangt af van de volgende factoren: 1. of de veldproef in of in de buurt van een Natura 2000 (deel)gebied plaats gaat vinden 2. of de veldproef negatieve effecten kan hebben op het gebied, dat wil zeggen: aantasting van de natuurlijke kenmerken van het gebied en verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten, dan wel de verstoring van soorten.
Als door de locatie en de aard van de voorgenomen werkzaamheden negatieve effecten op een Natura 2000 gebied mogelijk zijn, kan een zogeheten habitattoets krachtens de NBW nodig zijn. Indien nodig is het de verantwoordelijkheid van de aanvrager om in die gevallen contact op te nemen met het bevoegd gezag . Dit is in de meeste gevallen de Gedeputeerde Staten van de betreffende provincie. Vraag 2: Zijn de Gedeputeerde Staten hierover al ingelicht? Gaat u dat na, vóór toestemming te verlenen?
Vraag 3: Wat gebeurt er met deze gentech aardappelen die een op de door het AHAS gen gegenereerde herbicide tolerantie bezitten? Vraag 4: Kunnen schimmels,die al (diep) in de bodem zitten, en die zich kilometers kunnen verspreiden, bij voorbeeld DNA meenemen van deze gentech aardappel? En wat gebeurt er dan in de bodem? Vraag 5: Is drie meter van een ander niet-gentech gewas of beschermd gebied wel ver genoeg? Transformation with exogenous deoxyribonucleic acid (DNA) now appears to be possible with all fungal species, or at least all that can be grown in culture. MICROBIOLOGICAL REVIEWS, Mar. 1989, p. 148-170 0146-0749/89/010148-23$02.00/0 Copyright © 1989, American Society for Microbiology Transformation in Fungi JOHN R. S. FINCHAM Department of Genetics, University of Cambridge, Cambridge CB2 3 EH, United Kingdom. http://mmbr.asm.org/cgi/content/abstract/53/1/148
Zie ook : Horizontal gene transfer from transgenic plants to terrestrial bacteria ^ a rare event?
Kaare M. Nielsen a ; *, Atle M. Bones a , Kornelia Smalla b , Jan D. van Elsas c a UNIGEN ^ Center for Molecular Biology, and Department of Botany, Norwegian University of Science and Technology, 7005 Trondheim, Norway b Biologische Bundesanstalt fuër Land- und Forstwirtschaft (BBA), Institut fuër Biochemie und P£anzenvirologie, Messeweg 11/12, 38104 Braunschweig, Germany c Research Institute for Plant Protection (IPO)-DLO, P.O. Box 9060, 6700 GW Wageningen, The Netherlands Received 22 September 1997; revised 14 May 1998; accepted 26 May 1998 Fragment uit http://www.botanischergarten.ch/HorizontalGT/Nielsen-HGT-rare-1998.pdf
Zie ook: Project: Reactie bacteriën op ecologische mogelijkheden geboden door bodemschimmels. Promotor: Prof.dr.ir. J.D. van Elsas Promovendus: Dr. J.A. Warmink Periode: 06/2006 - 12/2009 Fragment: Bacteriën kunnen ook gebruik maken van schimmeldraden voor verplaatsing door de bodem. http://www.onderzoekinformatie.nl/nl/oi/nod/onderzoek/OND1319682/
Fragment: A model for HGT involving iterative short-patch events explains how HGT can occur at high frequencies but be detected at extremely low frequencies. Zie ook: Problems in monitoring horizontal gene transfer in field trials of transgenic plantsJack A Heinemann 1, 2 & Terje Traavik 2 1 New Zealand Institute of Gene Ecology, University of Canterbury, 8020, Private Bag 4800, Christchurch, New Zealand. 2 Norwegian Institute of Gene Ecology, POB 6418, N-9294 Science Park, Tromsø, Norway. Correspondence should be addressed to Jack A Heinemann jack.heinemann@canterbury.ac.nz http://www.nature.com/nbt/journal/v22/n9/abs/nbt1009.html
Bij de beoordeling van de aanvraag zijn naast de aanvraag de volgende gegevens in beschouwing genomen: - resultaten van veldproeven met dezelfde dan wel soortgelijke ggo?s aangemeld onder vergunningnummer IM 07-001, IM 07-007 en IM 05-003 ( www/minvrom.nl/ggo-vergunningverlening );
Tegen deze eerste twee proeven hebben wij ook bezwaar gemaakt, en dienen als herhaald en ingelast beschouwd te worden. Zie: http://www.gentechvrij.nl/bezwaaraard07-007.html Daarnaast zijn op de backbone van de vectoren de volgende genen aanwezig: aadA , nptIII en tetA (prokaryotische selectiegenen) en de genetische elementen OriV , traJ , insB, pVS1 sta, pVS1 ori, oriColE1, repA en trfA . Uit de onderhavige aanvraag blijkt dat op de backbone van de vectoren die zijn gebruikt voor de genetisch modificatie de antibioticum-resistentiegenen nptIII , aadA en tetA gelegen zijn . Genen van de vector backbone worden normaliter niet in de plant geïntegreerd. Expressie van deze genen resulteert in resistentie tegen respectievelijk kanamycine/neomycine/amikacine en spectinomycine/streptomycine en tetracycline . De mogelijkheid bestaat dat tijdens het proces van de genetische modificatie ook de voor de laboratoriumfase benutte antibioticum-resistentiegenen nptIII en aadA onbedoeld terecht zijn gekomen in de gemodificeerde planten. Op de vecorbackbone is ook het tetR gen aanwezig. Dit eiwit codeert niet voor resistentie tegen tetracycline, maar voor een repressor eiwit voor het tetA gen. Ook dit gen kan onbedoeld in de plant terecht zijn gekomen. Het meest schadelijke gevolg van de onderdrukking van niet-doelwitorganismen, waaronder insecten, kan zijn dat de populatiegrootte van deze organismen lokaal wordt verlaagd. Dit zou kunnen leiden tot effecten op het voedselweb rond de aardappelplanten. Mogelijke effecten op mens en dier kunnen zijn dat als gevolg van de expressie van de Rpi- genproducten een toxische of allergische reactie optreedt bij mensen die hiermee in contact komen. Het meest schadelijke effect hiervan is dat mensen mensen en dieren als gevolg hiervan ziek kunnen worden. Ministerie van VROM DGM/RB IM 09-002/00 Pagina 10 / 26
Mogelijk schadelijke effecten en evaluatie van de mogelijke gevolgen van deze effecten, indien ze optreden De mogelijkheid bestaat dat door genoverdracht van de resistentiegenen nptIII, aadA en tetA naar schadelijke micro-organismen, die vervolgens mensen of dieren infecteren, deze mensen of dieren niet meer met de betreffende antibiotica kunnen worden behandeld. Waarschijnlijkheid van het optreden van het schadelijke effect Het is zeer onwaarschijnlijk dat de betreffende antibiotica onwerkzaam worden als gevolg van genoverdracht vanuit de transgene planten. De antibiotica kanamycine/neomycine/amikacine, spectromycine/spectinomycine en tetracycline zijn in Nederland antibiotica die in de humane en veterinaire gezondheidszorg weliswaar in mindere of meerdere mate worden toegepast, maar overdracht van het nptIII , aadA, tetA gen vanuit genetisch gemodificeerde planten naar micro-organismen is onder natuurlijke omstandigheden nog nooit waargenomen. De betreffende antibioticaresistenties zijn wijdverbreid onder bacteriën in de bodem en in het maagdarmkanaal van mens en dier. Mogelijke overdracht vanuit de transgene planten naar bacteriën draagt dan ook niet significant bij aan de frequentie van reeds van nature voorkomende resistente bacteriën. Schatting van het risico van de aadA, nptIII of tetA genen Risico?s zijn het product van de effecten die op kunnen treden en de waarschijnlijkheid of kans dat die effecten daadwerkelijk optreden. Uit bovenstaande blijkt dat met betrekking tot de nptII, aadA of tetA genen er geen negatieve milieueffecten worden voorzien waarvan het waarschijnlijk wordt geacht dat ze daadwerkelijk zullen optreden.Blz. 12 Vraag 6: En het NPTIII gen? “In 2004 heeft de EFSA een opinie uitgegeven over de toepassing van antibioticum resistentiegenen in gg-gewassen (4). De EFSA heeft niet slechts geoordeeld over het gebruik van deze genen in gewassen voor veldproeven, maar ook voor teelt. Hierbij heeft zij ook de veevoederveiligheid en de voedselveiligheid in beschouwing genomen. De EFSA is van mening dat 1) de frequentie van genoverdracht van gg-planten naar bacteriën zeer laag is voor de drie genoemde groepen en dat 2) het is aangetoond - dan wel zeer waarschijnlijk is - dat een aanzienlijke 'Pool' van resistentiegenen reeds aanwezig is in bacteriën in het milieu (4). Onder het milieu wordt in dit geval verstaan: Uit de brief Van de Cogem aan het Min van VROM, 3 juli 2007 Vraag 7: Waarom gebruikt de aanvrager deze antibioticumresistentiegenen dan toch? En waarom vindt de Cogem dat goed? Blz. 11 De aanvrager heeft aangegeven dat dit herbicide niet wordt toegepast onder veldomstandigheden. En dat is logisch, want het herbicide imazamox Is in de EU verboden. Bestrijdingsmiddelen oorzaak resistentere schimmelBron: Radboud Universiteit · 12 November 2008 18:56 Bestrijdingsmiddelen zorgen er mogelijk voor dat een schimmel die dodelijke longontsteking kan veroorzaken, steeds beter bestand is tegen antibiotica. Dat schrijven onderzoekers over opkomst de multiresistente schimmel Aspergillus fumigatus. http://www.apothekersnieuws.nl/bestrijdingsmiddelen-oorzaak-resistentere-schimmel/1471/
Blz. 20 aanvraagformulier: - M.b.t. de landbouwkundige eigenschappen van de GGO's werden in een gering aantal GGO's afwijkingen t.o.v. het uitgangsgenotype vastgesteld m.b.t. groeikracht,bladtype, planttype, bloei, afrijping, opbrengst, knolvorm, schilkleur, kook- en bakkwaliteit.
Vraag 8: Kook- en bakkwaliteit? Het gaat hier toch om een fabrieksaardappel, of toch niet?
Dat is verder nog al wat verschillende afwijkingen bij elkaar, het doet me denken aan de volgende opmerking:
Er waren bij Avebe een aantal transformaties (events): ze waren allemaal anders. Twee daarvan met verschillen in bloeiwijze en bladvorm werden de rassen Apriori en Apropos. Aan het blad en bloeiwijze in het veld herkenbaar. Was dat verschil in bloeiwijze ten opzichte van de ouderlijn nou voorspeld? http://www.gentechvrij.nl/rvs0005.html Luilekkerland door L. Eijsten.
Maar dat terzijde.
Blz. 20.aanvraagformulier. AI deze afwijkingen vallen ruimschoots binnen de normale fenotypische variatie die in de klassieke aardappelveredeling wordt aangetroffen.
Vraag 9: Is dat wel zo?
Convenant Coëxistentie primaire sector Op 1 november 2004 heeft de tijdelijke commissie coëxistentie primaire sector onder voorzitterschap van J. van Dijk gerapporteerd over de overeenstemming tussen de partijen ten aanzien van een aanpak voor coëxistentie in de primaire sector. De commissiepartijen waren Biologica, LTO Nederland, Plantum NL en Platform Aarde Boer Consument. De commissie heeft drie gewassen geëvalueerd: maïs, biet en aardappel, waarbij zij voor elk gewas maatregelen aangeeft. “Co-existentie in Nederland
In Nederland is getracht regelgeving te realiseren door het opstellen van het ‘Convenant Coexistentie Primaire sector'. Dit convenant heeft geleid tot de verordening ‘Co-existentie Teelt 2005' van het Hoofdproductschap Akkerbouw (HPA ).66 De verordening is echter niet zonder slag of stoot tot stand gekomen. Platform Biologica, de belangenvereniging voor biologische boeren, heeft zich in de zomer van 2007 teruggetrokken uit het convenant.”
Uit: http://www.cogem.net/ContentFiles/090929-01,%20Sociaal%20ec%20aspecten2.pdf Ook het platform Aarde Boer Consument (waar geen consument in zit) is ook uit het convenant gestapt. Er zijn nog maar twee partijen over. Dat is nogal magertjes. Bron: e-mailwisseling secretariaat Platform ABC. Vraag 10: Wat voor waarde heeft dit Convenant dan nog, als twee partijen hier al uit zijn gestapt?? Cisgenese
Bij deze proeven wordt gebruik gemaakt van cisgenese.
Stelling: ‘Cisgenese is een onschuldige vorm van genetische manipulatie die ook in de biologische landbouw thuishoort.'
“In werkelijkheid is cisgenese, waarbij ook - maar vaak niet uitsluitend - van planteigen materiaal gebruik gemaakt wordt evenzeer een lokale ingreep in het genoom als transgenese, waarbij men de oneindig complex verweven samenhangen in het organisme negeert. Het is evenzeer een inherent schadelijke praktijk die in geen enkele vorm van landbouw thuishoort.”
Auteur: witbrief opgesteld voor Stichting Ekopark, door storms(ico) , wetenschappelijk adviesbureau voor intelligente cultuurontwikkeling.
http://www.gentechvrij.nl/plaatjesgen/indemedia/veredeling%20in%20het%20belang %20van%20de%20gemeenschap01a.pdf
Vraag 11: Waarom is de OB niet ondertekend? Dan heeft die toch geen waarde? Vraag 12: Welke organisatorische maatregelen worden er genomen om onbedoelde verspreiding in de bodem van resistente schimmels te voorkomen? Die verspreiding is reëel! Er wordt dus tevens gebruik gemaakt van antibioticumresistentiegenen die resistentie geven tegen antibiotica welke van zeer groot belang zijn in de geneeskunde. Onder deze groep vallen de genen nptlll, aadA en tetA. Wij vinden dit riskant vanwege de mogelijkheid van horizontal gene transfer, dat kan resulteren in antibioticaresistente pathogenen en daarom alleen al vragen u deze gentechaardappelproeven niet toe te staan. Vriendelijke groet,
Miep Bos, ook namens Wieteke van Dort, Stichting VoMiGEN, (ik ben gemachtigd voor deze stichting op te treden, zie bijlage 7) en the European GMO-free Citizens, Europees Consumentenplatform (waarvan ik woordvoerster ben). Lelystad miep(at)gentechvrij.nlBijlage 1 Bestrijdingsmiddelen oorzaak resistentere schimmel. http://www.apothekersnieuws.nl/bestrijdingsmiddelen-oorzaak-resistentere-schimmel/1471/ Bijlage 2 MICROBIOLOGICAL REVIEWS, Mar. 1989, p. 148-170 0146-0749/89/010148-23$02.00/0 Copyright © 1989, American Society for Microbiology Transformation in Fungi JOHN R. S. FINCHAM Department of G enetics, Uniiversitv of Ctanbriclge, C wntt br-icdge CB2 3EH, Uniitecl Kinlgdoinl http://mmbr.asm.org/cgi/content/abstract/53/1/148 Bijlage 3 Horizontal gene transfer from transgenic plants to terrestrial bacteria ^ a rare event? Kaare M. Nielsen a ; *, Atle M. Bones a , Kornelia Smalla b , Jan D. van Elsas c a UNIGEN ^ Center for Molecular Biology, and Department of Botany, Norwegian University of Science and Technology, Eerste pagina. http://www.botanischergarten.ch/HorizontalGT/Nielsen-HGT-rare-1998.pdf Bijlage 4 Problems in monitoring horizontal gene transfer in field trials of transgenic plantsJack A Heinemann 1, 2 & Terje Traavik 2 http://www.nature.com/nbt/journal/v22/n9/abs/nbt1009.html Bijlage 5 Monitoring and modeling horizontal gene transfer
Bijlage 6 Plantenveredeling in het belang van de gemeenschap, een geconcentreerde dosis nuchterheid.
witbrief opgesteld voor Stichting Ekopark door storms(ico) , wetenschappelijk adviesbureau voor intelligente cultuurontwikkeling webstek: storms.org email: ico(at)storms.org http://www.gentechvrij.nl/plaatjesgen/indemedia/veredeling%20in%20het%20belang %20van%20de%20gemeenschap01a.pdf Bijlage 7 Machtiging VoMiGEN Bijlage 8 Project: Reactie bacteriën op ecologische mogelijkheden geboden door bodemschimmels Promotor: Prof.dr.ir. J.D. van Elsas Promovendus: Dr. J.A. Warmink Periode: 06/2006 - 12/2009 Fragment: Bacteriën kunnen ook gebruik maken van schimmeldraden voor verplaatsing door de bodem. http://www.onderzoekinformatie.nl/nl/oi/nod/onderzoek/OND1319682/
CC cie. vrom@tweedekamer.nl Leden en plaatsvervangende leden van de Vaste Kamer Commissie VROM, te Den Haag. Leden en plaatsvervangende leden van de Vaste Kamer Commissie VWS, Den Haag cie.vws@tweedekamer.nl Diverse media Dit bezwaarschrift is ook te vinden op http://www.gentechvrij.nl/aardwurm.html
|