|
Amsterdam, 7 november 1999. Twee Proefopzetten (onderzoeken) waaruit elkaar tegengestelde conclusies werden getrokken, t.w. van
Het onderwerp is de charcterization van het enzym Phosphinotricinacetyltransferase PAT, en wel in het bijzonder de specificiteit van de substraten. Het eerste onderzoek betreft de reactie van phosphinothricine met acetyl co-enzym A onder invloed van het enzym PAT en vergelijkt dit met een aantal structurele analogen van PPT Phosphinothricin. Ten opzichte van PPT was de affiniteit van de meeste stoffen gering: één stof reageerde niet Bij deze proef, waarbij een reactie optrad tot een ge-identificeerd produkt (de detectiegrens is hier niet in het geding) dat getalsmatig kan worden gerapporteerd, lijkt er geen reden aanwezig om aan het feit, dat glutaminezuur een substraat is van PAT te twijfelen. Het tweede onderzoek betreft de reactie van een groot aantal amininozuren, waaronder L-glutaminezuur, dat ook in het eerste onderzoek voorkwam, in een reactiemix tesamen met 100% overmaat PPT t.o.v. de acetylbron acetyl co-enzym A en PAT. Reactieprodukten werden via chromatografie ge-identificeerd. Ook bij een zeer grote overmaat L-aminozuur konden geen reactieprodukten met de aminozuren worden gevonden. Er werd alleen acetylphosphinothricin gevonden. De auteurs concludeerden dat PAT heel specifiek alleen PPT als substraat heeft. Tegen deze, met het eerste onderzoek in strijd zijnde conclusie, kan het volgende worden aangevoerd. (Overigens wordt het eerste onderzoek in de literatuurlijst van het tweede onderzoek genoemd):
De achtergrond van de conclusie, dat PAT slechts één substraat - het PTT - zou hebben is het volgende: In herbicide (PPT)-resistente gewassen komt het gen-produkt, het PAT, voor. Voor een toelating tot de markt moet de giftigheid van dit gen-produkt worden bekeken. Zou dit gen-produkt kunnen reageren met onze DARMINHOUD b.v. met het -belangrijke- aminozuur L-glutaminezuur? Het zou handenvol onderzoeksgeld betekenen om het te bagatelliseren. Totaal ontkennen lijkt voor HOECHST een betere strategie! Wij geloven, dat de conclusie uit het tweede onerzoek totaal ongefundeerd is en dat het onderzoek niet de naam van "onderzoek" mag dragen. Het is een incompetent onderzoek, en de mensen, die dit citeren dienen op de incompetentie te worden aangesproken. J. van der Meulen, L. Eijsten.
|
|
L. Eijsten Ceintuurbaan 266 1072 GJ Amsterdam tel. 020 6624092 |
U kunt ook reageren via de e-mail van Miep Bos: miep@miepbos.nl
Op onze index pagina vindt u links naar de door ons ingediende bezwaarschriften.
Zie ook de pagina van Miep Bos over genetisch gemanipuleerd voedsel