|
Amsterdam, 28 december 1999
AANGETEKEND
Aan het Ministerie van VROM, Mijne Heren, Betreft: dossier BGGO 99/09: aanvraag van MOGEN International NV, Leiden, voor veldproeven met genetisch gemodificeerde aardappelplanten met een veranderde Koolhydraathuishouding. Tegen het verlenen van deze vergunning hebben wij grote bezwaren. Wij vinden dat de RISICO-BEOORDELING bij deze aanvraag 99/09 niet deugt.
Eerste bezwaar:het gebruik van maar twee antibioticaresistenties als merkergenen, welke in de plant tot expressie gebracht werden, hetzij apart, hetzij tesamen (en/of).In de COGEM was op dit punt een schriftelijk ingebracht minderheidsstandpunt. Het gaat hierbij om de aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de antibiotica waartegen de ingebrachte genen resistentie verlenen: nptII - neomycinefosfotransferase (kanamycineresistentie) en hpt - hygromycine fosfotransferase (hygromycineresistentie). Het bezwaar gaat niet om selectief voordeel van de planten die dit gen bezitten in het milieu. Het rapport van Bijvoet, J.F.M., en Nap, J.P.A.: "Kanamycine resistentie in transgene planten" uit 1991 (eerste druk), hetwelk het Ministerie uitvoerig citeert, behandelt eigenlijk alleen dit laatste aspect. Opeenstapeling van aannames en veronderstellingen leiden tot zeer zwakke, aanvechtbare conclusies. In september 1998 liet de EPA een "Guidance Document for Industry" verschijnen (7 jaren na het ministeriële rapport), waarin zoveel mogelijk aspecten van het inbrengen van antibiotica-resistentie-merkergenen aan bod komen, o.a. het feit, dat nptII een spectrum heeft van minstens zes antibiotica, en niet slechts de twee door Nap genoemde en door de Minister geciteerde kanamycine en neomycine (EPA vermelde ook nog paronomycin, ribostamycin, gentamycin A en B, en butorisin, en wel in Appendix 1: Evaluation of the Safety of the Kanamycin Resistance Gene as a Selectable Marker). Wij maken bezwaar in de context van dit bezwaar tegen het leunen op zulke oude literatuur door het Ministerie. Voor hygromycine-resistentie zouden b.v. analoge redeneringen als in het oude kanamycine-rapport gelden. EN DAT IS GEWOON FOUT. Talloze instanties, welke zich met gezondheidszorg bezighouden en ook de overheden van diverse landen verzetten zich TEGEN DE AANWEZIGHEID VAN ANTIBIOTICUM-RESISTENTIE-MERKERGENEN (Britisch Medical Association, Noorwegen, Oostenrijk, enz.) Dit verzet berust op de mogelijkheid van Horizontale Genoverdracht. In 1991 ten tijde van het Ministeriële rapport was dit een theoretisch vermoeden, welk vermoeden toen zeer onwaarschijnlijk werd genoemd. Intussen is deze overdracht, de overdracht van een gen vanuit een plant naar een micro-organisme, verscheidene malen aangetoond: door
In alle gevallen gaat het om in de plant ingebrachte plasmide - DNA naar het ontvangende micro-organisme/de bacterie. Als de ontvanger een bacterie is, dan komt dit plasmide - DNA in de bacterie terecht, en is daardoor zeer gemakkelijk voor verdere verspreiding naar pathogene bacteriën (ziekteverwekkers) beschikbaar. De natuurlijke achtergrond van antibiotica-resistentie schijnt zich echter te bevinden op het bacteriële chromosoom en niet op het plasmide (Smalla). Redeneringen, als zou een geringe toename van resistentie - gezien de veronderstelde hoge natuurlijke achtergrond betekenisloos zijn, - zijn hoogst dubieus dus. Dat de natuurlijke achtergrond hoog zou zijn, is ook al aanvechtbaar. Enerzijds omdat we alleen metingen kunnen doen aan KWEEKBARE bacteriën, en anderzijds omdat er WEL DEGELIJK LEGE ACHTERGRONDEN GEVONDEN ZIJN (Smalla 1994). De resistenties van de niet - kweekbare bacteriën blijven grotendeels buiten zicht!
Tweede bezwaar:Bij de bespreking van de inserties is geen aandacht geschonken aan het niet-tot-expressie komende gen (Net als bij de AVEBE-aardappels Apriori en Apropos).Zo sluit MOGEN niet uit, dat ook genen, welke buiten de Linker en Rechter Borders van het genconstruct liggen, uiteidelijk in de GM-aardappel terechtkomen, en op de plasmide-kaartjes van MOGEN zien we, dat daar het beruchte nptIII-gen zit. - met een spectrum van NEGEN antibiotica, waaronder Amikacine (t.w. Kanamycin, Neomycin, Paromomyn, Ribostamycin, Lividomycin, Butirosin, GentamycinB, Amikacin en Isepamicin.) Het betreffende document gaat hierbij. Ook een bespreking van de risico's van de 35S bloemkool-mozaiek-virus-promoter is afwezig. De gevaren van deze promoter zijn de mogelijkheden van nieuwe recombinant(planten)-virussen, welke toekomstige oogsten kunnen aantasten door epidemiëen van nieuwe virussen. Derde bezwaar:De plant(en) welke in het milieu zullen worden gebracht zijn maar zeer wazig beschreven. Wat er nou precies concreet gebeurt is niet duidelijk, wanneer beschrijvingen met uitingen als "en/of" gebruikt worden, en men niet wil uitsluiten, dat niet alleen de primaire transformant, maar ook een tweede transformatie daarvan daarbovenop in het veld zal worden gebracht, en wel hetzij als in vitro opgekweekte plant, hetzij als knol. KENNELIJK IS ALTHANS EEN DEEL VAN DE TE INTRODUCEREN PLANTEN NOG NIET IN DE KAS AANWEZIG EN OOK NOG NIET BEOORDEELD OP RISICO'S. Dit is waarschijnlijk ook de achtergrond van de vraag van COGEM om "fitness" eigenschappen te monitoren in het veld en dat te rapporteren. Wij konden in het register voor Ingeperkt gebruik van GMO's ook geen aanwijzigingen vinden, dat MOGEN met TREHALOSE-aardappels proeven deed. Wel vonden we dat MOGEN maar liefst TWINTIG patenten op haar naam heeft staan welke over Trehalose gaan. Het is hier weer een geval van geen planten maar plannen. Conservatieve gedegen step-by-step procedures worden HELAAS verlaten en met serieuze risico-beoordeling wordt de hand gelicht, onder het mom van "het is maar een klein proefje" (klasse II). Vierde bezwaar:Het zit er dik in, dat we straks opgescheept zitten met een marktaanvrage voor een consumptie-aardappel met maar liefst twee tot expressie komende anti-biotica-resistentie-genen en een derde niet tot expressie gekomen antibioticum-resistentie-gen. Dit scenario mag NIET REALISEREN. Daar zitten gewoon te veel haken en ogen aan en het doen van deze proef op kleine schaal - op zich niet vreselijk risicovol - WORDT ONVERANDWOORD. Reeds in dit stadium moeten wij eisen, dat een ander selectiemerkersysteem wordt gebruikt. Ook in de COGEM bestaat hiervoor een minderheidsstandpunt. In dit verband wijzen wij er ook op, dat de Richtlijn 90/220 bij de voorgestelde herziening het gebruik van antibiotica-resistentie-merker-genen wil "uitfaseren". Vijfde bezwaar:In de Ontwerpbeschikking is NIET gemotiveerd WAAROM bepaalde informatie vertrouwelijk is gehouden.Een motivering kan o.i. niet moeilijk zijn (b.v. dat disclosure de positie van octrooiaanvragen ongunstig zou beïnvloeden). Het is overigens een beleidsdoel van het Ministerie om vertrouwelijkheid zoveel mogelijk te beperken. Samenvattend: De risico-beoordeling in aanvraag 99/09 deugt niet en wij vinden, dat de vergunning niet verleend mag worden.
N.B. Titels van genoemde documenten:
|
Adres:
|
L. Eijsten Ceintuurbaan 266 1072 GJ Amsterdam tel. 020 6624092 |
U kunt ook reageren via de e-mail van Miep Bos: miep@miepbos.nl
Op onze index pagina vindt u links naar de andere door ons ingediende bezwaarschriften.
Zie ook de pagina van Miep Bos over genetisch gemanipuleerd voedsel