Pleitnota bij mijn beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven, inzake toelating van het bestrijdingsmiddel Liberty - procedure AWB 00/951 S1 door het CTB, te behandelen op 9 april 2002.


Amsterdam, 7 april 2002

P L E I T N O T A

bij mijn beroep inzake toelating van het bestrijdingsmiddel Liberty - procedure AWB 00/951 S1 door het CTB, te behandelen op 9 april 2002.

In deze pleitnota wil ik memoreren, dat ik het onderhavige beroep heb ingesteld wegens persoonlijke, rechtstreekse gezondheidsschade, ten gevolge van in het openbaar groen verspoten herbicide Finale SL14, nadien genoemd Liberty (Productie 1, pg. 1).

In mijn beroepschriften zette ik de gebeurtenissen reeds uiteen. De kwestie is, dat de op mij toegepaste tests foutief waren, zwaar onder de maat (Finale SL14: 1%, 0,3%, 0,1 %, 3% alles op vaseline). Ik zond u een aantal valabele wetenschappelijke rapporten, die dit bevestigen.

De stof propaandiol - een antivries - die 10% uitmaakt van de formulering van Liberty/Finale - veroorzaakt dermatitis. Zie de u toegezonden wetenschappelijke rapporten.

Bovendien blijkt uit de toegezonden rapporten, dat de commerciŽle test (met 5% propaandiol op vaseline) werd afgekeurd. De test, welke eczeem moet bevestigen ten gevolge van het herbicide, moet bestaan uit 10% ŗ 20% propaandiol op water.

Het gevolg van het toepassen van die "afgekeurde tests" betekent, dat er wereldwijd nooit gevonden wordt, dat het herbicide Liberty/Finale eczeem veroorzaakt!

De juiste test - zie de u gestuurde documenten - moeten 100x ŗ 200x grotere concentraties propaandiol bevatten, en dan ook nog als drager water, zodat de stof bij de huid kan komen!

Behalve het antivries propaandiol bevat Liberty ook o.a. 30% AES (alkylethersulfate - goed voor cardiovasculaire effecten.

Wat ik zou willen noemen "wereldwijde misleidende tests" zijn de oorzaak, dat patiŽnten met eczeem - zoals in mijn geval - naar huis gestuurd worden met de mededelling: onbekend wat de aanleiding is van uw eczeem!

Prof. Dr. D. P. Bruynzeel, huidarts V.U., Amsterdam, deelde mij destijds mede, dat hij de stof niet kende - al was die al lange tijd in gebruik.

Dr. A.P. Oranje, dermatoloog aan het Dijkzigt Ziekenhuis, Rotterdam, deelde mij enkele dagen geleden in een briefje mede, dat "zijn expertise te kort schoot" over dit onderwerp. Ik ben zo vrij aan te nemen, dat dit ook bij Prof. Bruynzeel indertijd het geval was, toen hij zei, dat hij het produkt niet kende.

Dat een dermatoloog moet verklaren, dat zijn expertise te kort schiet, is zeer te waarderen, maar tevens zeer triest.

Vooral

omdat de geheimhouding van de samenstelling van de herbiciden - waartoe het CTB door de producenten van deze herbiciden verplicht zou zijn - dit "te kort schieten van expertise" van specialisten oorzaak is, dat patiŽnten met een kluitje in het riet weggestuurd werden!!!

Dit moet die specialisten toch ook knap de strot uithangen! Zij kunnen hun werk niet goed doen.

Daarenboven kan de patiŽnt ook niet weten, wat zij moet doen bij soortgelijke omstandigheden. Ik noem slechts: zo snel mogelijke met je lijf onder de douche gaan staan, als je die tenminste hebt!

Deze hele gang van zaken is zeer kwalijk, en schadelijk voor de gezondheid. Maatregelen om deze effecten te voorkomen, zou betekenen opening van zaken te geven door de producent. Het mag gewoon niet voorkomen, dat men in openbaar groen besmet wordt door de drift van herbiciden. Die bovendien op warme dagen aan het eind van de dag tengevolge van atmosferische toestanden nog aanzienlijk meer effecten geven. Mijn besmetting speelde zich af eind augustus, zeer warm weer. Zelfs EPA kan niet instaan voor de gezondheid van volwassenen en kinderen in openbaar groen, waar gespoten wordt met pesticiden Roundup, Liberty en Bt-spray, omdat men de samenstelling niet weet. Ik moet aannemen, dat deze mededeling bekend is bij het CTB, en niet alleen bij mij.

Het opnemen van drift door de huid en vooral via inademing door de mond kan verdere kwalijke gevolgen hebben. (b.v. inverted papilloma's - poliepen in de neus - en kaakholte, zoals bij mij. Ik heb een zware kaakoperatie ondergaan, en zit mijn hele leven met de ellende).

Ik kom weer terug op de gezondheidsschadelijke effecten van de herbiciden, en praat nu over Liberty/Finale. Ik ben bezig met een lijst te maken van ver over de 100 valabele rapporten die aantonen, dat de stoffen, toegevoegd aan de werkzame stof (zoals GLA) binnen de formulering (handelsprodukt) schadelijker zijn voor de gezondheid van de mens, dan de z.g. werkzame stof alleen.

Bij Liberty noem ik - zoals hiervoor reeds - propaandiol (10%) en AES (30%), en verwijs naar BMW art. 3.1 de 10 punten onder suba, welke ůf spreken over milieuschade, ůf over gezondheidsschade. (Punten 1, 2 en 10 betr. milieuschade, punten 3, 4, 5, 6, 7 (via voedingsmiddelen) , 8, 9 (grondwater).

Bestrijdingsmiddelen mogen geen schadelijke uitwerking hebben op de gezondheid van de mens, dieren, toepassers, diegenen die na toepassing daarmee in aanraking komen - d.w.z. drift bij wandelaars in openbaar groen, via de voedselketen, en de plaats, waar o.a. het bestrijdingsmiddel in het milieu terecht komt (punt 10 - openbaar groen). Hier wil ik een link leggen met punt 6 en opmerken, dat de mens ook een niet-doel-soort is . De "Licence to kill" strekt zich niet uit tot de mens!

De aard en de hoeveelheid van de werkzamen stoffen in de formulering (art. 3.1.b) zijn bekend bij het CTB en behoeven niet nog eens vastgesteld te worden (niks geheimhoudingsplicht), net als de residuen ( c ) en de fysische-chemische eigenschappen ( d ).

Helaas, dat "bepalen en vaststellen" zou moeten gebeuren (waarom dus?) doch volgens mededeling van Mevr. Faber/LNV in antwoord op kamervragen alweer een tijdje geleden (ik haal aan mijn brief aan haar dd. 2-4-02 n.a.v. de kamervragen) wordt expliciet het cumulatieve effect van de verschillende werkzame en dergelijke hulpstoffen (antivries en AES) in de formulering niet onderzocht. Waarom niet? Om de interactieve effecten en meervoudige effecten door blootstelling via verschillende routes - welke dus in de praktijk voorkomen - wordt met een grote boog omheen gelopen! Ook juist de atmosferische toestanden tijdens warme zomerdagen aan het eind van de dag b.v. verhogen aanzienlijk de nadelinge eigenschappen van de stoffen! Ik mag toch wel aannemen, dat desbetreffende wetenschappelijke rapporten bij het CTB aanwezig zijn. En nu nog zelf onderzoeken!

Helaas heb ik geen reactie ontvangen van de Tweede Kamerleden over die beantwoording van hun vragen door Mevr. Faber.

Die kamervragen kwamen o.a. naar aanleiding van de toepassing in Colombia van herbiciden vanuit vliegtuigen, van welke herbiciden de samenstelling niet bekend was. Maar als men aan de geheimhouding van de samenstelling van de herbiciden niets doet, dan zouden wij hier in Nederland, zelfs hier in Amsterdam en zelfs in mijn achtertuin dezelfde Colombiaanse toestanden kunnen krijgen. Er is namelijk een explosie van de "pest" "Valse Bamboo" ofwel "Japanse Duizendknoop". De specialiteit hiervoor is Roundup Ultra (41% glyfosaat), net als in Colombia!!

De Heer Mr. L.J.A. Damen, Universiteit Amsterdam en Groningen, bepleitte overigens in het boekje "De Bestrijdingsmiddelenwet"- discussies bij de toelating van bestrijdingsmiddelen - dat de belangen van industrie en handel zo veel mogelijk buiten de besluitvorming moeten worden gehouden. Ook mevrouw Simons verklaarde toen, dat bij volksgezondheid het gaat om een mate, die niet aanvaardbaar is. Hoe kan men vaststellen, dat de mate van schade aan iemands gezondheid aanvaardbaar is? Schade, die een leven lang meegaat, en ook kosten meebrengt. Zal de "producent" dat eventjes bepalen?

Schade aan milieu zou misschien verminderd kunnen worden door maatregelen. Zoals voorgesteld door COGEM: bordjes met "Verboden Toegang" bij de proefvelden, die de drift van eventuele passanten van herbiciden, waartegen het proefgewas resistent gemaakt werd, tegen moet houden. Vanzelfsprekend moet die tekst aan beide zijden van het bordje staan! En ook onder de grond, om de schimmels en bodemleven tegen te houden!

Waar het gaat om economische belangen kwam Mevr. Simons gelukkig met een antwoord op de vraag over verantwoord investeren, nl.

Het economisch belang van de producent kan nooit betekenen, dat een schadelijk middel wordt toegelaten. Investeren is altijd een gok, en met gezondheidseffecten mag men niet gokken.

Wanneer een middel vele tientallen jaren is gebruikt zonder dat er ooit iets is fout gegaan, kan men zich baseren op wetenschappelijke zekerheden. Er is en wet van Murphy; als er iets fout kan gaan, dan gaat het te eniger tijd ook fout.

Dan wil ik aanvoeren art. 7.1 van BMW, waarbij het CTB een toelating intrekt als bedoeld in art. 4;

-indien niet meer wordt voldaan aan art. 3.1.a.

Duidelijk staat vast, dat het middel schadelijk is voor de gezondheid - met de gezondheid van de mens voorop - op grond van een overvloed van valabele wetenschappelijke rapporten, en

-indien - art. 3.1.b. onjuiste of misleidende informatie is verstrekt met betrekking tot de gegevens op grond waarvan een toelating is verleend, als bedoeld in art.4.

Ik wijs hier speciaal op de op mij toegepaste foutieve en misleidende tests (1%, 0,3%, 0,1%,3% Finale SL14 op vaseline en de foutieve commerciŽle test van 5% propaandiol op vaseline. Zie de u toegezonden documenten met mijn brief van 26-3-2002 (aan het CBB - aangetekend).

Wanneer deze foutieve tests verder toegepast zouden worden, dan is het gevolg, dat er nooit gezondheidsschadelijke effecten kunnen worden waargenomen, te beginnen met sensibilisering (en dat terwijl er een explosie van eczeem is (zie art. van dr. Oranje in het A.D.) en dan wil ik er nogmaals op wijzen, dat, tengevolge van de geheimhoudingsplicht van de samenstelling van de formuleringen,

de specialisten en artsen nooit in de gelegenheid waren een expertise op te bouwen.

Dit is zů ernstig, dat mij de adem in de keel stokt!

De verschillende aanvraagdosiers (o.a. UK 95/M5/1 - koolzaad; DE 98/06 - koolzaad) vermelden als zg. "bewijs" van geensensibiliseringseigenschappen van het herbicide, dat b.v. een groep mensen in Canada een veld ingestuurd werden en er weer ongeschonden uit tevoorschijn kwam.

Niets werd vermeld over de personen zelf (of zij wel of niet atopisch waren, of zij wel of niet tot het kaukasisch type behoorden, over het feit of de velden kort tevoren wel of niet bespoten waren met het herbicide, of die mensen ooit eerder in contact waren geweest met het herbicide (Na een eerste contact is aan de personen niets te zien, na het tweede contact - veel later, zou dit wel mogelijk zijn) wat is dit allemaal voor misleiding?

Art. 9a BMW: Werd ooit door de toelatinghouder meegedeeld aan het college feiten over de in de valabele openbare wetenschappelijke literatuur overvloedig voorkomende gezondheidsschadelijke gegevens met betrekking tot de feiten, dat de toevoegingen in de formulering aan de werkzame stof schadelijker zijn voor de menselijke gezondheid dan de z.g. werkzame stof zelf? (Zie Colombia).

Art. 13a BMW: Werd ooit gezondheidskundig onderzoek gedaan bij mensen, die met herbiciden omgaan, voor en na de verrichte arbeid? Hierop hebben wij Mevr. Borst jaren geleden reeds gewezen.

Loonspuiters moeten voorzien zijn van beschermende kleding. Liberty/Finale wordt gebruikt in de landbouw, doch eveneens in het openbaar groen. Hoe zit dat met het publiek in het openbaar groen, speciaal in de parken? Of wordt nergens - in geen enkel park in Nederland - meer met herbiciden gewerkt? Waarom worden de parken niet gesloten tijdens het verspreiden van de herbiciden?

De voorgaande feiten hebben allemaal te maken met omstandigheden, waar ik persoonlijk bij betrokken ben geweest, en die mijn gezondheid geschaad hebben, en welke schade blijvend is, een leven lang.

Ik behoud mij het recht voor tijdens de bodemprocedure op een aantal punten uitvoeriger in te gaan.

En ik verzocht in mijn oorspronkelijke brief slechts een kleine aanvulling in de BMW, nl. behalve de werkzame stof glufosinaat ammonium, ook te vermelden de andere werkzame stoffen, o.a. propaandiol en AES! Dan moeten de lezers zelf maar hun conclusies trekken!!

L. Eijsten.
Ceintuurbaan 266
1072 GJ Amsterdam
020 6624092



Op mijn index pagina vindt u links naar door mij ingediende bezwaarschriften.



Zie ook de pagina van Miep Bos over genetisch gemanipuleerd voedsel