Bezwaarschrift tegen verlenen van vergunning voor teelt van genetisch veranderde aardappelrassen

Betreft aardappel rassen Apriori en Apropos met de tot expressie komende genen: as-KGZ en nptII. De aanvrager is Hettema Zonen Kweekbedrijf B.V.


Amsterdam, 11 januari 2000

BGGO 99/13

AANGETEKEND

Aan het Ministerie van VROM,
Directoraat-Generaal Milieubeheer,
Directie Stoffen, Veiligheid, Straling ic 655,
t.a.v. mr drs P.J. van der Meer,
Postbus 30945
2500 GX DEN HAAG

Mijne Heren,

Betreft aanvraag van voorgenomen introductie in het milieu van GMO’s, d.w.z. verzoek tot vergunning voor vermeerdering, teelt en verwerking van door middel van genetische modificatie in hun zetmeelsamenstelling veranderde aardappelrassen (2 specifieke aardappelrassen, in het COGEM-advies dd. 12.1.99 genoemd: Apriori en Apropos) te verlenen aan Hettema Zonen Kweekbedrijf B.V. Dossier BGGO 99/13. Tot expressie komende genen: as-KGZ en nptII.

Wij maken bezwaar tegen het verlenen van de vergunning BGGO 99/13, en wel om volgende redenen:

=== Ten eerste:===
De introductie in het milieu betreft een kleinschalige “proef”. Klasse IV. Hierbij zou – door de COGEM arbitrair vastgesteld dd. 18.5.99 in vergadering dd. 23.3.99 – MINDER gegevens bij de risico-beoordeling bekend hoeven te zijn vanwege de kleinschaligheid, en ook omdat bij aanvankelijk kleinschalige proeven in het algemeen nog weinig gegevens bekend zijn.
Er zou ook bij het bekend worden van nieuwe gegevens en het duidelijk worden van risico’s gereageerd kunnen worden met het intrekken van de vergunning.
Wij menen, dat, wanneer risico-gegevens ”’bekend zijn”’, deze- ook wanneer ze eerst in een volgend grootschalige proef arbitrair een rol zouden gaan spelen – risico’s reeds nu in de beoordeling betrokken moeten zijn

Bij deze ontwerpbeschikking 99/13 heeft VROM risico’s en bezwaren – naar voren gekomen bij grootschalige experimenten en een aanvrage voor markttoelating (AVEBE dossier C/NL/96/10) – ten onrechte onvoldoende geëvalueerd.
Het blote bekend zijn van deze risico’s had tot een indringende evaluatie moeten leiden.

Een bespreking van de problematiek, zoals deze vervolgens in de Opinion van de Sc. Comm. On Plants – vergadering 2.10.98 SCP/GMO/044 (bijgesloten) – naar voren komt ware zeker op zijn plaats geweest.
Wij doelen op de onbedoelde aanwezigheid van de TOTALE vector in de aardappel, inclusief Origin of replication en een aantal genen, waaronder het antibioticum-resistentie-gen nptIII (Amikacin-, Kanamycin- , Neomycin-, Paromomycin-, Ribostamycin-, Lividomycin-, Butirosin-, Gentamycin-, Isepamicin-resistentie, en o.a. TetR voor Tetracycline Resistentie Repressor, met bacteriële promoters.

Wij maken bezwaar tegen deze onvoldoende risico-evaluatie  tot het in principe buiten beschouwing laten van de onbedoeld aanwezige inserties, door arbitrair te beslissen, dat dit voor een Klasse IV proef niet nodig zou zijn!

 

=== Ten tweede ===
VROM baseert zich – zoals zij dit ook expliciet in de aanvrage voor markttoelating voor deze aardappel zegt (zie hiervoor) – hoofdzakelijk op de tot expressie komende genen.
Een daarvan is het antibioticum-resistentie-gen nptII dat voor het beoogde doel verder betekenisloos is, en eigenlijk verwijderd dient te worden. (In het eerste bezwaar ging het o.a. om een andere NIET tot expressie komende antibioticum-resistentie-gen).

Er bestaat nu, anno 2000, een door velen gehuldigde opvatting, dat de aanwezigheid van antibioticum-resistentie-genen ongewenst  is – al dan niet tot expressie komend. Ook in de COGEM is dit standpunt vertegenwoordigd.
Overheden van landen verbieden invoer van GGO’s met deze genen, zoals o.a. Oostenrijk, Noorwegen, enz. Professionele instanties, zoals de British Medical Association, spreken zich duidelijk uit tegen de antibioticum-resistentie-merker-genen.

Op Europees Regelgeven Niveau is er sprake van een “uitfaseren” van deze genen, ook van de reeds TOEGELATEN producten.

In schril contrast met anno 2000 baseert VROM zich in hoofdzaak op een rapport uit 1991 (eerste druk), dat in opdracht van VROM werd geschreven. Dit rapport bespreekt eigenlijk alleen de “veiligheid” van nptII kanamycineresistentie als merker-gen. In die zin, dat planten met dit gen geen selectief voordeel zouden hebben in het milieu, en dus geen onuitroeibaar onkruid zouden kunnen worden.
Zoals VROM het rapport aanhaalt wordt gesuggereerd dat het om gezondheidsaspecten zou gaan.

DIT IS BIJZONDER MISLEIDEND.

Bij de risico-beoordeling van antibioticum-resistentie-merker-genen komen vele aspecten naar voren.
* In september 1998 heeft de EPA in een “Guidance Document for Industry” een inventarisatie van deze aspecten en de verschillende meningen hierover gegeven – met literatuur-referenties.
* Het VROM-rapport (1991) gaat voor wat betreft het nptII-gen uit van een spectrum van twee resistenties (neomycine en kanamycine).
* Het Guidance Document uit 1998 geeft een spectrum van ZES
* Het VROM-rapport uit 1991 noemt Horizontal Gentransfer van plant naar bacterie alleen theoretisch mogelijk maar nog nooit aangetoond.
* In 1994 toonde Kirsten Schlüter de overdracht van aardappel naar de bacterie Erwinia aan.
* IN 1998 TOONDE KIRSTEN SMALLA, Braunschweig, de horizontal gentransfer VAN SUIKERBIET NAAR DE BACTERIE ACINETOBACTER AAN. Rapport bijgaand.
* In 1999 publiceerde Dany Mercer de overdracht van PLASMIDE DNA NAAR STREPTOCOCCUS IN MENSELIJK SPEEKSEL.
* DE OVERDRACHT IS DUS NIET THEORETISCH!!

Dat deze overdracht betekenisloos zou zijn, gezien de in hoge percentages voorkomende natuurlijke antibiotica-resistenties is echter zeer aanvechtbaar.
* Ten eerste wordt lang niet altijd en consequent een natuurlijke achtergrond gevonden en is er over deze natuurlijke achtergrond weinig gepubliceerd.
* Ten Tweede kan het percentage van het voorkomen van antibioticum-resistentie alleen bepaald worden bij kweekbare (op een voedingsbodem) bacteriën en lang niet alle bij bodemmonsters voorkomende bacteriën zijn kweekbaar.
* Ten derde heeft de bepaling van de achtergrond-resistentie betrekking op de fenotypische resistentie (verschijningsvorm) en niet op de specifieke genotypische (genetische eigenschappen) resistentie, en weten we ook niet of de resistentie op een gen in het chromosoom van de bacterie of op een gen in een plasmide berust.

=== Ten derde: ===
Wij maken kortom bezwaar tegen het voorkomen van een tot expressie komend antibioticum-resistentie-gen, en het voorkomen van een NIET tot expressie komend onbedoeld aanwezig antibioticum-resistentie-gen.
DIT STELT DE GEBRUIKSMOGELIJKHEDEN VAN ANTIBIOTICA IN DE WAAGSCHAAL. Voor het nptII-gen moeten we nieuwe toepassingen van dit gen couperen
Voor het hier nu opduikend nptIII-gen – eigenlijk in Nederland nooit aan de orde geweest – moeten we überhaupt niet aan gedogen denken, ook al omdat dit gen in zijn spectrum ( 9 stuks, genoemd op blz. 2) het door velen als zeer belangrijk geachte antibioticum Amikacin bevat. In de Opinion van Sc. Comm. On Plants komt dit belang naar voren.
In het door het RIVM in opdracht van de overheid gemaakte rapport dd. augustus 1999 inzake Amikacin werden specifiek Nederlandse gegevens verwerkt. Werd vergeten, dat de aardappel ook bedoeld is om te worden geëxporteerd? In het buitenland zal men niet zo blij zijn met de bewuste aardappel.
Co-producten van deze aardappel kunnen zorgen voor resistente ziekteverwekkers via diervoeder.
Het RIVM-rapport wijst op het belang van Amikacin bij de bestrijding van TBC – welke ziekte de kop op steekt-.
Wij sluiten bij een brief, die werd gepubliceerd in het Agrarisch Dagblad, die voor zichzelf spreekt.

Tenslotte willen wij erop wijzen, dat een beroep op het economisch belang van de amylopectine-aardappel via gen-modificatie ongefundeerd is. Men zou een zeker risici mogen nemen voor een te verwachten winst (risico-analyse).
Er bestaat namelijk een mutant aardappel met de gewenste eigenschappen. Door traditioneel veredelen kan in ieder ras zonder een enkel risico de gewenste eigenschappen gerealiseerd worden. Waarom dit niet reeds is gebeurd is een levensgroot raadsel.

Het verlenen van een vergunning zoals aangevraagd voor de genetisch gemodificeerde aardappel moet achterwege blijven.

J. van der Meulen, L. Eijsten.

== Zie ook ==

* Kanamycine rapport kritisch bekeken
* media:COGEM standpunt toelaatbaarheid van antibioticum resistentiegenen in transgene planten.pdf


Archief TSS:  Bezwaarschriften en commentaren van Lily Eijsten.