Comentaar op visie LTO-Nederland op het gebruik van biotechnologie in de agrarische sector en de voedingsindustrie

== Artikel ==

Comentaar op visie LTO-Nederland op het gebruik van biotechnologie in de agrarische sector en de voedingsindustrie. 01-12-1998

== Auteur(s) ==
* Eijsten, Lily
* Meulen van der, J (Han)

== Volledige tekst ==

Commentaar op visie LTO Nederland op het gebruik van biotechnologie in de agrarische sector en de voedingsindustrie.
——
Algemeen: Het stuk kan onmogelijk uit de mond en het hart van een agrarier komen, maar verwoordt het standpunt van een industriëel, die overigens elke verantwoording en aansprakelijkheid voor de gevolgen bij de toepassing van zijn produkten van tevoren afwijst.

Het ademt een ontoelaatbare vooringenomenheid uit (b.v. blz.6: Voorlichtingsinstituut).
——-
Dat ”’moderne”’ biotechnologie een bijdrage zou kunnen leveren aan een milieu-vriendelijker land- en tuinbouw is gezwets, napraten van perceptie-managers welke deze Biotech promoten.

Het idee, dat moderne biotechnologie tot produktie-verhoging leidt is absurd.

De produktie is gerelateerd aan de benutting van de ingestraalde zonne-energie (50Watt per m2) en het benutten van arbeid en kapitaal-input.

Je kunt nooit meer dan de ingestraalde 50 Watt/m2 terugwinnen. Dit begrenst het mogelijke.

Met ”’moderne”’ biotechnologie kan door een andere inzet van kapitaal en arbeid misschien hooguit dezelfde opbrengst worden bereikt als bij traditionele teelt-waarbij men het onderste uit de kan heeft gehaald. Die andere inzet van kapitaal en arbeid levert misschien voor bepaalde instanties (multinationals) voordeel op, maar is geen produktie-verhoging. Dat laatste is gezwets.

Op het idee, dat produktie-toename mogelijk is door b.v. droogteresistentie in een gewas als rijst te manipuleren, zodat deze net als tarwe kan worden verbouwd op drogere grond is onzin. Je moet daar gewoon tarwe verbouwen!

We refereren hier aan de tarwe-importen als voedselhulp aan hongerend India. Aanvankelljk weigerden de rijst-eters tarwe te eten, maar nu bedruipt India – met tweemaal zoveel inwoners – zichzelf door grootschalig tarwe te verbouwen.

Bij herbicide-resistentie wordt voorbijgegaan aan het feit, dat deze resistentie een poort is voor het insluizen van herbicide-residuen in de voedselketen en dus
VOLSTREKT ONACCEPTABEL is, wegens aantasting van het zenuwstelsel door glufosinaat (o.a. misvormingen) en aantasting van de voortplanting door vermindering van de spermakwaliteit door glyfosaat.


Archief TSS:  Bezwaarschriften en commentaren van Lily Eijsten.

Wat is er mis met gemodificeerde mais?

== Aantekening ==

Aantekening uit archief TSS, ongedateerd, vermoedelijk circa 1998.

== Omschrijving ==

De genetisch gemanipuleerde mais van Novartis(Ciba Geigy) welke eerst door de Europese Unie was toegelaten, maar waartegen Oostenrijk nu bezwaar maakt op GEZONDHEIDSGRONDEN en waartegen later ook het Europese Parlement fulmineerde, wat is daar nou concreet mis mee?

== Auteur(s) ==
* Eijsten, Lily
* Meulen van der, J (Han)

== Volledige tekst ==

WAT IS ER MIS MET GEMODIFICEERDE MAIS ???

De genetisch gemanipuleerde mais van Novartis (Ciba Geigy) welke eerst door de Europese Unie was toegelaten, maar waartegen Oostenrijk nu bezwaar maakt op GEZONDHEIDSGRONDEN en waartegen later ook het Europese Parlement fulmineerde, wat is daar nou concreet mis mee?

Deze mais bevat maar liefst 3 extra erin gemanipuleerde genen (en wordt spottend SUPERMAIS genoemd in de pers). Er zijn dus 9 mogelijke knelpunten waarop we onze kritische aandacht kunnen richten, namelijk voor ieder gen
* 1ste het gen zelf
* 2de het door het gen geproduceerde eiwit
* 3de de metabolieten ontstaan tengevolge van het geproduceerde eiwit.

Door de toelating te beperken tot gebruik als VEEVOER {en industrieel gebruik) vervallen een aantal knelpunten (zoals allergeniciteit), maar blijven er twee belangrijke over:
* 1. De aanwezigheid van het ampicilline-resistentiegen zelf. Het gebruik van ampicilline in de geneeskunde wordt in de waagschaal gezet;
* 2. De aanwezigheid van [[glufosinaat]]-ammonium-residuen en metabolieten, WELKE IN DE MENSELIJKE VOEDSELKETEN TERECHTKOMEN. Zelfs ook wanneer geen glufosinaat-ammonium is gebruikt, zal door de plant in het milieu zwevende residuen worden opgenomen en omgezet in acetylfosfinotricine, hetwelk in de plant wordt opgeslagen.

Uit deze metaboliet wordt in het maagdarmkanaal van vogels en zoogdieren het giftige glufosinaat teruggevormd. Dit komt zo via vlees, ei en MELK in de menselijke voedselketen.

In december 1996 werd deze mais toegelaten. In januari 1997 verscheen een horrorverhaal: het onderzoeksrapport van Toshiaki Watanabe, Japan; Glufosinaat blijkt bij embryos het apoptose-gen aan te schakelen in de zich ontwikkelende hersens en daar een neurale celdood te veroorzaken.

En die met glufosinaat verontreinigde melk mag dan voor babyvoeding worden ingezet? drinken zwangere vrouwen het? of komt er een etiket op:”ongeschikt voor zwangere vrouwen en baby’s”??

”’Opmerking”’: Die mais zal in Amerika zeker gedeeltelijk met glufosinaat ammonium zijn bespoten, of GLA werd toegepast op de boden vòòr de inzaai.


== Zie ook ==


Archief TSS:  Bezwaarschriften en commentaren van Lily Eijsten.

 

Maisgluten, vragen bij gedogen van GMO maisgluten

== Aantekening ==

Titel: Vragen bij gedogen van GMO maisgluten

Datum: 1998-03-11, Archief TSS

== Auteur(s) ==

  • Eijsten, Lily
  • Meulen van der, J (Han)

= Volledige tekst ==

AMSTERDAM, 11 maart 1998

=== Vragen bij het gedogen van GMO maisgluten.===

In het Agrarisch Dagblad en Trouw van 15 januari jl. verschenen hierover (over het gedogen door NZO van maisgluten voorlopig voor 1 jaar) twee berichten.
Uit deze berichten blijkt, dat het gaat om DRIE soorten maisgluten van de inmiddels zeven soorten mais, welke in de VS van APHIS de ”’non-regulated”’ status hebben verworven, en ALLE ZEVEN in een bulk maiscommodity terechtkomen voor export.

De drie soorten hebben in Amerika inmiddels ook een fiat gekregen om als veevoer te dienen, op grond van ”’dossiers, door de ontwikkelaars van deze rassen aan de overheid overlegd”’.

Dezelfde dossiers zijn ook in Nederland bij het RIKILT in Wageningen terechtgekomen, en het Ministerie van Zandbouw bevestigde desgevraagd, dat zij geen reden zag om aan de veiligheid te twijfelen. Het rapport van Rikilt moet echter nog verschijnen.

Eigen en onafhankelijk onderzoek en voederproeven zijn er echter niet bij.

=== Vraag 1 ===

Vraag 1: Moeten we hier nu spreken van “het verkopen van de huid van de beer voordat deze is geschoten”, of van het “stellen van een fait accompli”?

Nu is in Europe slechts één GMO-mais, die Novartis-mais, toegelaten, maar b.v. Oostenrijk wil zich hieraan niet conformeren. Over twee andere GMO-maissoorten wordt in Brussel gedelibereerd. (Mais van Northrup King en mais van Pioneer-Hibred).

De toelating betreft het GMO zelf en delen daarvan, ”’waarbij het niet ter zake doet of het GMO leeft of dood is”’, zoals abusievelijk in de berichten wordt gesuggereerd “het gaat om dood materiaal”.

Een van de meest succesvolle GMO-mais in Amerika is de maishybride van Agrevo.

=== Vraag 2 ===

Vraag 2: Om welke maissoorten gaat het nu eigenlijk. Welke zijn de genetische modificaties bij die verschillende maizen eigenlijk?

Wij noemen er een paar:
* “ampicilline”-resistentie-gen, dat een betalactamase produceert, dat een groot aantal penicillinen inactiveert;
* “kanamycine”-resistentie-gen, dat een phosphotransferase produceert, dat een groot aantal aminoglycoside antibiotica inactiveert;
* een gen voor de oxydatie van Glyfosaat;
* een gen, dat Bacterieel ESPS voor eiwit-synthese introduceert, dat ongevoelig is voor glyfosaat;
* een gen, dat een acetyltransferase produceert, dat Glufosinaat inactiveert;
* een gen, dat een endotoxin produceert, waarvan sommige insecten sterven;
* enz. enz.

Zijn er misschien zelfs risico’s door het mengen van de produkten?

Hebben we werkelijk voldoende inzicht om al die risico’s te beoordelen?

Gaan we geen precedent scheppen voor volgende mais?

In de berichten wordt gesproken over maisgluten, waarbij de stellige indruk gevestigd wordt, dat het gluten betreft van bepaalde ongemengde maisgluten in Amerika verwerkt.

=== Vraag 3 ===

Vraag 3: Het gemengd aanvoeren van GMO—mais met traditionele mais is dat echt noodzakelijk voor de kostenbeheersing? Of is het een manier om de GMO—mais door onze strot te drukken zoals bij het mesten van ganzen voor paté de foie gras.

=== Vraag 4 ===

Vraag 4,: Waarom zitten er in de informatie, welke verstrekt wordt zoveel onzekerheden, welke tot gissingen en misverstanden leiden?


== Zie ook ==


Archief TSS:  Bezwaarschriften en commentaren van Lily Eijsten.

Maisgluten

Omschrijving ==

Artikel, aantekeningen met betrekking Maisgluten.

== Auteur(s) ==

  • Eijsten, Lily
  • Meulen van der, J (Han)

== Volledige tekst Maisgluten ==

AMSTERDAM, 1.1.98

Maisgluten is een afvalprodukt bij de industriële verwerking van mais, waarvoor emplooi wordt gezocht. In principe hoort het bij het vuilnis.

SCHEMA
Mais wordt gesplitst in maiskiem en korrel. Uit de kiem wordt olie ”’geperst”’; het restant van de persing is veevoer, perskoek (hoogwaardig).

De korrel wordt ”’vermalen”’, de ”’temperatuur”’ kan hierbij matig oplopen. Dr zetmeelkorrels worden ”’mechanisch”’ gescheiden van de eiwit-bestanddelen (de gluten) en leveren maizena.

De SUGGESTIE van zeer hoge temperatuur en totale degradatie is ONZIN; laten we niet vergeten, dat we ”’zetmeel”’ gaan isoleren, dat reeds bij een geringe temperatuursverhoging VERSTIJFELT.

Het zetmeelstof wordt in een wervelende luchtstroom centrifugaal van de gluten gescheiden. Zo’n machine heet in het Duits: WINDSICHTER.

Het eiwit-bestanddeel – de gluten – is afval. Gluten is een LAAGWAARDIG eiwit. De aminozuursamenstelling is verre van optimaal. Uitsluitend voederen met gluten kan GEBREKSZIEKTEN geven (zoals trage groei).

* maiszaad
** maiskorrel
*** maizenna
*** gulten
** maiskiem
*** maisolie (kode persing)
*** maiskoek
**** maïssolie 2e kwaliteit
**** veekoek

”’De eiwitten in de gluten zijn allergeen”’

De gluten bestaan niet alleen uit zuiver eiwit, maar bevatten ook vrijgelegde resten van DNA (Deoxyribo NucleicAcid) gedeeltelijk intact, gedeeltelijk overgegaan van een dubbele spiraal in twee enkele spiralen, en in ”’deze vrije vorm buitengewoon geschikt voor Horizontale gen Transfer”’ naar competente bacterien (Natural Transformation).

Bij Novartis maisgluten dus:

* Ampicilline resistentie gen (bacteriëel)
* Een endotoxin producerend gen voor de bestrijding van bepaalde vlinders (bacteriëel)
* Een herbicide resistentie gen voor glufosinaat-ammonium (syntetisch)

Bacteriën bevatten DNAases, enzymen, welke DNA verteren. Vraag: Hoe komt het nou, dat de bacterie zijn eigen DNA niet opvreet? Antwoord: De bacterie DNAase kan het eigen DNA herkennen en doet er niets mee.
Vreemd DNA dat de bacterie op zijn weg ontmoet kan ook herkend worden als bacterieel en misschien bruikbaar, en dit wordt dan misschien in het eigen genoom geïncorporeerd.

Uit het feit, dat Ampicilline-resistentie algemeen als achtergrond in de bacterie-populatie aanwezig is mogen we NIET concluderen, dat een eventuele horizontale gen-overdracht op de getalsverhoudingen NIET van invloed is.

”’Juist”’ doordat die achtergrond bestaat, zal er hurry-up gentransfer plaatsvinden, en zal de getalsverhouding wel degelijk beinvloed worden. De bacteriën herkennen hun “eigen” DNA.

Wanneer – nu aan het VEEVOER Ampicilline NAAST de gluten wordt toegevoegd, dan heb je de poppen helemaal aan het dansen door het SELECTIE-MECHANISME.
Naast de genen, DNA-resten in de gluten, bevatten de gluten nog de door de genen geproduceerde eiwitten.

In de NOVARTIS-mais-gluten dus TWEE, t.w.
* 1e, het endotoxin tegen vlinders
* 2e. het acetyltransferase tegen glufosinaat-ammonium (+/- 0,1 % van de gluten-massa).
Het Betalactamase van het Ampicilline-resistentie-gen is ”’afwezig”’. (Betalactamase is het gen-produkt van het Amp.-res.-gen).

Bovendien bevat de gluten eventueel de residuen van toegepaste bestrijdingsmiddelen.

Bij Novartis-gluten mogen we dus een verhoogd gehalte glufosinaat-ammonium-residu verwachten. (Wanneer GLA werd toegepast – hetgeen hèlemaal niet zeker is).

Bij andere gluten dan “Novartis” zijn er natuurlijk andere problemen.
De belangrijkste zijn:
* – Andere residuen, b.v. nu glyphosaat, en dan wel degelijk glyphosaat in grote massa bij glyphosaatresistente mais;
* – Andere antibiotica-resistentie-genen, zoals Kanamycine-resistentie, welke geen Betalactamases zijn tegen penicillinen, zoals Ampicilline, maar phosphotransferasen tegen Aminoglycosiden;
* – Wel degelijk antibiotica-resistentie-gen-”’product”’ aanwezig; dan wordt toegevoegd antibioticum geinactiveerd-, naast de selectie bij horizontaal gen-transfer, en wordt de duur betaalde toevoeging van antibiotica aan veevoer ”’totaal weggegooid geld”’.

Wees voorzichtig met Amerikaans gluten – je weet niet wat je koopt.

Koop ook geen afval wat een ander kwijt wil.

Eis GLUTENVRIJ VEEVOER.
(Net zoals atopic patiënten in de supermarkt dingen kopen met het etiket “glutenvrij”).

Betaal NIET VOOR GLUTEN, maar eis een ”’Glutenverwijderingspremie”’.

 

== Zie ook ==


Archief TSS:  Bezwaarschriften en commentaren van Lily Eijsten.

Voedselveiligheid, Een Indianen verhaal

== Aantekening ==

Aantekening met betrekking belang verplichte etikettering voor voedselveiligheid.
Uit archief TSS (datum: ongedateerd, vermoedelijk rondom 1998))

== Auteur(s) ==
* Eijsten, Lily
* Meulen van der, J (Han)

== Volledige tekst ==

Een Indianenverhaal, ”’Voedselveiligheid”’

Belang etiketteringsplicht voor:

Voedsel, dat uit GGO’s (genetisch gemanipuleerde organismen) bestaat, GGO’s bevat, delen daarvan bevat, of analyseerbare resten.

Wat is het belang van etikettering voor de consument, waarom moet hij letten op het cruciale zinnetje, resp. woorden:
“met moderne biotechnologie”
dat aangeeft, dat er iets bijzonders aan de hand is.

”’Antwoord”’:

Hoewel de producenten “beweren” dat het product veilig is en zij risico-analyses aan de overheid hebben overlegd, lopen de consumenten toch altijd risico’s. Denk hierbij aan het Softenonschandaal, aan het DES-schandaal, want het zijn NIEUWE, ONBEPROEFDE ZAKEN, niet traditioneel, die GGO’s.

Wat zijn nu die risico’s, welke volgens de producenten verwaarloosbaar zijn. We gaan nu achtereenvolgens een aantal risico’s na. De consument moet ZELF beslissen of hij die risico’s wil lopen. De producent, begerig op niet te verwaarlozen winst, zegt: “Doe maar, niks aan de hand”. De overheid, aan handen en voeten gebonden, accepteert de mededelingen van de producenten (blindelings?) maar geeft de consument de keuze, zonder dat de consument de schadelijke effecten op de gezondheid kent (o.a. hersenbeschadiging), en berooft zo de consument van het recht op latere schadeclaims!

TEN EERSTE kan het product nog DNA-resten bevatten, coderend voor de genetische modificatie. Wanneer het product gepasteuriseerd is, hoeven we daarvoor niet bang te zijn (verhit boven 65 graden)
Ook wanneer het DNA codeert voor onschuldige stofwisselingsomzettingen is er misschien niets aan de hand.
Minder onschuldig is de volgende mogelijkheid dat door HORIZONTALE GENENTRANSFER, van b.v. resistentie tegen een antibioticum, of van transposon of een intron het milieu wordt verpest, of wij als consument kanker krijgen.

Het argument, dat het nieuwe DNA-stukje verdrinkt in de miljarden stukjes traditioneel DNA waarmee we geen moeite hebben, gaat niet op, omdat we millioenen jaren de tijd hebben gehad, om met het traditionele te leren leven, en dat het leren leven met nieuw DNA wel eens een dure les kan zijn.

Dat wij met het traditionele DNA GEEN moeite hebben, is overigens een onbewezen veronderstelling: het onderzoek is te jong en er worden in snel tempo nieuwe inzichten verworven.
Het zou b.v. best eens kunnen zijn, dat een deel van de kankers zijn bron vindt in Horizontal Transfer van vreemd DNA, maar toon zoiets maar eens aan, of liever: toon de onmogelijkheid daarvan eens aan – zover zijn we nog niet.

Dat er Horizontale genen-transfer naar het menselijke genoom is, WORDT OVERIGENS WEL AANGETOOND in experimenten (vaccinatie met een deel van een virus, het hepatitis B-virus).

Het argument, dat DNA snel en kwantitatief degradeert blijkt aantoonbaar wetenschappelijk onhoudbaar! (Doerfler).
Aanwezig nieuw DNA kan met DNA fingerprinting worden aangetoond, zoals bekend (Southern Blot Analysis). Lukt dit niet, dan is voor het product geen etiket nodig.

TEN TWEEDE kan het geetiketteerd product een enzym of een ander eiwit bevatten geproduceerd door het gemodificeerde DNA. Dit is aantoonbaar met enzym-technologie of immuum technologie.
Nu hebben we traditioneel te maken met een plethora (grote hoeveelheid) van enzymen en eiwitten.
Niettegenstaande een beweerde snelle inactivatie kennen we traditioneel bijv.
* 1. de effecten van lectines (enzymen welke verteringssappen inactiveren);
* 2. allergene effecten van bijv. koemelk, soja, pinda-eiwitten, paranoten;
*3. tenminste één geval van allergeniciteit bij GMM is aangetoond (in soja ingebouwd een gen om de eiwitkwaliteit te verbeteren; het gen was afkomstig uit de paranoot).

Dat de producenten proeven hebben gedaan is duidelijk. Maar wat te denken van de risico’s voor bepaalde groepen, zoals bay’s, mensen met een ontstoken darm, ziekte van Crohn, enz? De tijd zal nog wel wat boven water brengen.

Het is mogelijk, dat de enzymen en eiwitten bij het productieproces zijn geinactiveerd, bijv. door een warmtebehandeling of door een PH-verandering van het product b.v. vergisting (inkuilen) of door een rijping (zuurkool), worst, kaas, bier, wijn). Maar misschien kan zo ook allergeniciteit worden geintroduceerd.

Het belang van het etiket ligt in het feit, dat met behulp van het etiket allergisch geworden mensen met voedselallergie hun allergie kunnen traceren!

TEN DERDE kan, wanneer de genetische modificatie een resistentie betrof, het product en de metaboliet van de stof waartegen resistentie was ingebracht en/of die stof zelf bevatten (residu).
Er zijn natuurlijk grenzen aan het analytisch vermogen van de techniek; er zijn ook grenzen gesteld aan de bij analyse nog toelaatbaar geachte hoeveelheden, de NORMERING.

Maar: mag de consument erop vertrouwen, dat alle “foute” parijen geanalyseerd zijn? Dat de normering echt voor eeuwig en altijd correct was (denk aan Softenon en DES), EN DAT ER ECHT NOOIT IETS OVER HET HOOFD IS GEZIEN?

Heel in het bijzonder hebben we bij de twee herbicide-resistente gewassen:
* glufosinaat-resistente mais van Novartis (Ciba Geigy)
* glyfosaat-resistente soja van Monsanto
Welke zijn toegelaten en nu geëtiketterd worden, te maken met de volgende NARE ZAKEN (NACHTMERRIES):

* 1. De glufosinaat-resistentie mais kan grote hoeveelheden van een adduct van glufosinaat, het acetylfosfinotricine, bevatten. Uit dit adduct komt in onze darm (en in die van andere zoogdieren (rat, geit) en vogels (kip) weer glufosinaat vrij. Glufosinaat bewerkstelligt bij embryo’s neurale celdood (apoptosis) en bij zeer jong zoogdieren hersenbeschadiging door verandering van de glutamine-receptoren!

Deze onlangs gevonden effecten zijn nog niet verwerkt in de normering en de toelating van het herbicide!

Eerder gevonden teratogene effecten in deze richting worden namelijk toegeschreven aan de algemene giftigheid van de glufosinaat op het moederdier!

Ons insziens moet voor consumptie van deze mais uit Amerika (Novartis) door zwangere vrouwen en baby’s gewaarschuwd worden. Zo ook voor de volgproducten in de voedselketen zoals b.v. melk, vlees, van vee, dat met deze mais gevoederd wordt.
(Bovengenoemde effecten zijn – nog – niet in een normering volgens de bestrijdingsmiddelenwet verwerkt).

* 2 Ook in de glyfosaat-resistente soja zit het residu glyfosaat als adduct, een eiwit adduct. De normering is 20 mg per kg import-sojaboon. In het darmkanaal komt ook hier het herbicide weer vrij.

Hier kunnen we te maken krijgen met een andere HORROR-story

Glyfosaat blijkt de interne hormoonbalans te verstoren, zodanig dat de spermagenese in het gedrang komt.
Daarnaast is het zodanig cytotoxisch, dat onafhankelijk van de spermagenese het sperma zelf wordt aangetast.

Resultaat: geringere aantallen spermatozoën, misvormde spermatozoën, minder beweeglijke spermatozoën.

Verder zijn de volgende zaken bekend:
** 1. Loonspuiters en andere toepassers (boeren, tuinders) van herbiciden lijden vaak aan de onmogelijkheid een kind te verwekken, en gaan naar de dokter;
** 2. Vrouwen van fruittelers (waar glyfosaat uitgebreid wordt toegepast) hebben — statistisch — duidelijk moeite met zwanger worden.
** 3. De invloed van glyfosaat op menselijk sperma is vitro is bewezen.

Lust U nog soja-peultjes?

U moet dit indianenverhaal zien tegen de achtergrond van de niet-verboden verkoop – althans in ons land – van alcohol (alweer met accijns) en het gedogen van drugs LEVE DE KEUZEVRIJHEID!!

Als consument moet je de conclusie trekken, dat het loont om de etiketten te lezen, en BEWUST TE KIEZEN.

Literatuur:
* Tomoko, Fujii, Tokyo, 1996
* Toshiaki Watanabe, Ygmagatu, 1997
* M.I, Yousef et al., Alexandrië, en Oslo, 1996
* H. Strohmer, Wenen, 1993
* J, de Cock et al, Wageningen 1994


== Zie ook ==


Archief TSS:  Bezwaarschriften en commentaren van Lily Eijsten.

Transgene produkten komen op ieders bordje – Naar aanleiding van

== Aantekening ==

Naar aanleiding van “Transgene produkten komen op ieders bordje”

== Omschrijving ==

Nog uitzoeken waarop dit stuk een reactie is.

== Auteur(s) ==

  • Eijsten, Lily
  • Meulen van der, J (Han)

== Volledige tekst ==

AMSTERDAM, 1.1.98

Naar aanleiding van “Transgene produkten komen op ieders bordje”

Transgene organismen, genetisch “gemodificeerde” organismen: Wat speelt er nu?

Bij de introduktie van de nieuwe techniek om het erfelijk materiaal (de genen), dat tot dan alleen binnen de eigen soort uitgewisseld kon worden (door kruising) nu ook tussen de soorten uit te wisselen, werden ons gouden bergen beloofd.

We kregen een visioen van een luilekkerland waar de gebraden duiven (genetisch gemodificeerd om zichzelf te braden) ons in de mond zouden vliegen.

We zijn nu een aantal jaren verder en we kunnen eens zien wat de eerste prestaties zijn.

De eersteling was een tomaat, die nooit echt lekker rijp wordt, zodat hij makkelijker kan worden vervoerd en langer op de schappen kan blijven liggen.
Heel toepasselijk, kreeg deze de naam Flavor Saver. Het schijnt, dat niemand hem wil eten in afwachting tot hij echt rijp wordt.

De grote inspanning is echter besteed aan gewassen, welke resistent gemaakt werden tegen onkruidbestrijdingsmiddelen (de middelen glyphosaat]] en glufosinaat ammonium). Natuurlijk omdat hier het grote geld ligt in de vorm van de verkoop van het middel (omzetten in de orde van 350 miljard dollar en winsten van 350 miljoen dollar bijv.). Er wordt dan ook wereldwijd op grote schaal geïnvesteerd in nieuwe fabrieken. Dit staat in schril contrast met de belachelijke bewering, dat er minder onkruidverdelger nodig zou zijn.

Deze inspanning heeft ons de beruchte soja van [[Monsanto]] en de “supermais” van Ciba-Geigy (nu Novartis) geleverd, o.a.

Een heleboel mensen zijn hiermede niet erg gelukkig. De kranten staan er bol van. Dit ongenoegen vindt zijn grond in een aantal zaken, welke we eens op een rijtje zullen zetten.

Ten eerste de wijze, waarop de herbicide-resistentie werkt. Het glufosinaat-ammonium wordt omgezet in een produkt (metaboliet), hetwelk verder onveranderd in de plant blijft, en dat bij de vertering door mens en dier het glufosinaat weer terug vormt.

Het Glyfosaat bindt zich aan een (altijd al aanwezig) enzym, dat nu onwerkzaam wordt, maar de plant is genetisch gemodificeerd en heeft een extra enzym gekregen, dat de uitgevallen taak van het onwerkzame enzym overneemt. Ook hier komt het gebonden glyphosaat bij vertering weer vrij.

Het komt er op neer, dat ongevoeligheid voor onkruidverdelgers leidt tot in verhouding buitensporig hoge residu-gehaltes.
Daarbij komt, dat zowel glyphosaat als glufosinaat onplezierige effecten blijken te hebben, welke eerst na jaren gebruik aan het licht kwamen. (aantasting sperma-kwaliteit, resp. hersenbeschadiging jonge zoogdieren, apoptosis).

 

Ten tweede zijn bij het uitvoeren van de genetische manipulatie in het laboratorium een paar ongelukkige keuzes gemaakt, waarvan we nu met de brokken zitten.
Er werden namelijk niet alleen de nieuwe genen met de gewenste eigenschappen ingebracht, maar nog andere voor herkennings-doeleinden en selectie (Merker- en reporter-genen).

Zo werd b.v. in de tomaat en in de mais een gen voor een antibioticum-resistentie gebracht, welke in het eindprodukt niet gebruikt worden, maar wèl aanwezig zijn. De blote massale aanwezigheid van dit gen is een TIJDBOM, welke de bruikbaarheid van het antibioticum wel eens zou kunnen opblazen.

Een andere eigenschap als antibioticum-resistentie was hier veel meer op zijn plaats geweest.

Ook is gebruik gemaakt van promotor en terminator van het bloemkool mozaïkvirus. Er zijn stemmen, welke zeggen dat het massale aanwezig zijn en beschikbaar zijn van deze promotor wel eens zou kunnen leiden tot virulentie-explosies bij andere virussen, welke nu met minder werkzame promotoren verder vegeteren.

Het ware wenselijk geweest, om uit de grootschalig op de markt gebrachte gewassen deze laboratorium-hulpjes te verwijderen.

De gebraden duiven zijn er nog niet, het is bij een onrijpe tomaat gebleven.

L.Eijsten en J. van der Meulen


Zie ook:


Archief TSS:  Bezwaarschriften en commentaren van Lily Eijsten.

 

 

Bezwaarschrift tegen aanvraag markttoelating van genetisch gemodificeerde mais, Northrup_King

== Bezwaarschrift ==

== Auteur(s) ==

  • Eijsten, Lily
  • Meulen van der, J (Han)

== Volledige tekst van het bezwaarschrift ==

AMSTERDAM. 4 februari 1997

AANGETEKEND :

Aan de Minister van V.R.O.M., Directie Stoffen, Veiligheid, Straling, Afd.Stoffen, ipc 655, Directoraat Generaal Milieubeheer, T.a.v. Mr Drs P.J. van der Meer.
Postbus 30945, 2500 GX DEN HAAG.

Mijne Heren,

Betreft: dossier C/GB/96/M4-01., inzake aanvraag toestemming binnen EU genetisch .gemodificeerde  zaden van maisplanten op de markt te mogen brengen, t.w. resistent tegen GLA en tegen plaaginsecten.

De aanvraag werd ingediend door Northrup King Company Golden Valley, USA.

De mais uit de aanvrage lijkt heel veel op de mais van Novartis|Ciba  Geigy, waarover in het afgelopen jaar zoveel te doen is geweest.
Het knelpunt lag daar, menen wij, bij het ampicilline resistentie-gen. Bij deze aanvrage gaat het om een insectenwerende (Europese maisboorder) eigenschap en glufosinaat ammonium-resistentie.

Door de GLA-resistentie zullen zich STRAKS wanneer vergunning in de USA wordt verleend voor een bespuiting met GLA, in de mais grotere hoeveelheden residu (het herbicide en zijn metabolieten) ophopen. Voor de onderhavige mais geldt dit vooralsnog niet.

Wij nemen aan, dat bedoelde vergunning in de USA wel zal worden verleend. Dan zullen er problemen ontstaan, want deze residuen komen bij gebruik als veevoer terecht in melk en eieren en melkfabrieken zullen deze vreemde stof (ongeacht de werking) niet tolereren. Melkfabrieken willen handelen in melk, zonder vreemde stoffen. Dit betekent, dat er uitgebreid moet worden geëtiketteerd en geanaliseerd.

De op dit moment voor invoer aangeboden mais is niet met GLA volvelds bespoten en bevat dus geen of minimale hoeveelheid residu; echter zodra de volveldse bespuiting in Amerika zal zijn toegelaten, zullen we met de aanwezigheid van metabolieten rekening moeten houden.

Bij de huidige verlening moet dan geëist worden, dat de HOEVEELHEID RESIDU GENORMEERD WORDT.
Dat het product gemengd wordt aangevoerd lijkt ons bovendien ONJUIST EN ONAANVAARDBAAR. DE KWALITEIT VAN HET MENGSEL IS DE KWALITEIT VAN HET SLECHTSTE DEEL.

De werking van de residuen straks is overigens niet zo onschuldig. Jonge zoogdieren lopen blijvende hersenbeschadiging op bij ZEER KLEINE doseringen.

Bij het gebruik van deze mais als veevoer hebben we daarnaast te maken met de aanwezigheid van het gen-product. Juist in mais – in tegenstelling tot raapzaad en soja – vormt het Pat-gen rijkelijke hoeveelheden enzym (0,01% van de totale eiwitproductie). DE ONSCHULDIGHEID HIERVAN STAAT NIET VAST. Het geïsoleerde enzym wordt in de maag wel snel afgebroken, maar wat gebeurt er bij maagzuur-tekort bij zieken? Maar kan in brokjes ongekookt voedsel wel persisteren en in darm een aanslag doen op de glutaminenvoorraad door het te acetyleren. Lijders aan de ziekte van CROHN ZOuden dus niet op GMO-maiskolven mogen knabbelen!

Hoogachtend,

L Eijsten en J.van der Meulen.

== Zie ook ==


Archief TSS:  Bezwaarschriften en commentaren van Lily Eijsten.

 

Herbicide glufosinate-ammonium, antwoord Europese Commissie

== Correspondentie  ==

Antwoord Europese commissie op een brief van L.Eijsten over glufosinaat|glufosinate-ammonium

 

== Auteur(s) ==

* Europese Commissie

== Volledige tekst ==

EUROPESE COMMISSIE, DIRECTORAAT-GENERAAL XI, MILIEUZAKEN, NUCLEAIRE VEILIGHEID EN BESCHERMING BURGERBEVOLKING

Industrie en Milieuzaken, Afdelingshoofd

Brussel, 29.04.96 /X1/ 007493

XI.E.2/AH/gvo/N25496NL

: Aan: Mevr. Lily Eijsten, Ceintuurbaan 266, NL – 1072 GJ Amsterdam.

 

Geachte Mevrouw Eijsten,

Hierbij onze dank voor uw brief gedateerd 3 maart 1996 betreffende de voorgenomen tests in Nederland met genetisch gemodificeerde maïs bestand tegen glufosinateammonium. Onze verontschuldigingen voor het late antwoord op u brief.

Wij waarderen uw interesse in volksgezondheid en milieuveiligheid en begrijpen uw zorgen betreffende de gevolgen van het gebruik van het herbicide glufosinate-ammonium.
Wij betreuren het ongemak dat u is overkomen en hebben kennis genomen van uw zorgen.

Echter, reeds in 1991 heeft de Europese Raad een Richtlijn uitgevaardigd betreffende het gebruik van herbiciden hetwelk lidstaten verplicht om een verregaande bescherming van volksgezondheid en milieu te verzekeren.

In het geval van het testen van genetisch gemodificeerde, glufosinate-ammonium bestendige maïs in combinatie met dit herbicide, zal de aanvrager van de test ook goedkeuring betreffende het gebruik van het herbicide moeten aanvragen.

Tijdens deze procedure zal de evaluatie van de voorwaarden van het gebruik (bijvoorbeeld het doel van het gebruik, de dosis, de frequentie) een belangrijk deel vormen van de risicoberekening voor potentiële ongunstige effecten van het herbicide op de volksgezondheid en het milieu.

Betreffende uw zorgen over het toenemend gebruik van herbiciden moeten wij opmerken dat het telen van genetisch gemodificeerde planten niet noodzakelijkerwijs zal leiden tot het gebruik van grotere hoeveelheden herbiciden. Het zou zelfs kunnen leiden tot een gebruik van herbiciden met een kleiner nadelig effect op volksgezondheid en milieu en
tevens tot een verminderd gebruik van herbiciden in totaal. Dit zal echter beoordeeld moeten worden per geval.

Nogmaals dank voor uw brief die uw interesse en zorgen op dit gebied weergeeft.

 

Hoogachtend,

G. Corcelle

== Zie ook ==


Archief TSS:  Bezwaarschriften en commentaren van Lily Eijsten.

 

Resultaat allergologisch onderzoek bij Eijsten, glufosinaat-ammonium

== Titel ==

Resultaat allergologisch onderzoek bij Eijsten, glufosinat-ammonium
Datum 22-10-1993

= Omschrijving ==

Resultaat van het allergologisch onderzoek uitgevoerd bij mevr. L. Eijsten. In dit onderzoek is niet aangetoond dat er sprake is van een allergie bij Eijsten voor glufosinat-ammonium

L. Eijsten refereert naar dit onderzoek in diverse kranten artikelen en in een brief aan minister Pronk. Om deze reden is dit document in dit archief opgenomen en openbaar gemaakt.

Mevr Eijsten was het totaal niet eens met de wijze waarop dit onderzoek verricht is, met name het gebruik van vaseline bij deze proef. Vaseline is hydrofoob en glufosinaat-ammonium is hydrofiel. Zie haar uitvoerig commentaar in een brief aan minister Pronk: Brief aan VROM, BGGO 99/05 Suikerbieten, van der Have, Advanta

== Auteur(s) ==

* Bruynzeel, F (arts ass)
* Gezien: Bruynzeel, D.P (huidarts)

== Volledige tekst ==

=== onderzoek 11-10-1993 ===

AFSCHRIFT Academisch Ziekenhuis Vrije Universiteit polikliniek dermatologie, de Boelelaan 1117 Postadres: Postbus 7057, 1007 MB Amsterdam

Aan:
Weledele Mevrouw, Eysten, Ceintuurbaan 266, 1072 GJ Amsterdam

Ons kenmerk: BBR/DPB/va Datum 22 oktober 1993

Onderwerp
A. Eysten, 2.805.817

Zeer geachte collega,

 

Op 11.10.1993 werd bij uw patiënte A. Eysten, geboren 20-11-1916, wonende Ceintuurbaan 266 te Amsterdam, allergologisch onderzoek verricht i.v.m. een in Augustus ’93 opgetreden jeukende, rode huiduitslag aan beide onderbenen, onderarmen en gelaat. Patiente was de dag voor het ontstaan in een park geweest waar naar haar zeggen het herbicide middel glufosinat-ammonium was gebruikt.

Plakproeven werden uitgevoerd met: routinereeks, verdunningen van het herbicide middel [[Finale]] SL 14.

Resultaat:

{|Border=0 Align=Left
!Resultaat
!48u
!72u
!D7
|-
| flagrance mix
| –
| +
| +
|-
|}

Conclusie: contact allergie voor geurstoffen. Anamnestisch heeft patiente hier echter geen klachten van. Een allergie voor glufosinat-ammonium Finale SL 14) werd niet aangetoond.

Advies: oppassen met geparfumeerde producten. Bij nieuwe klachten zien wij patiente graag op de polikliniek.

Gezien:
Prof.dr. D.P. Bruynzeel, huidarts Allergologie/Arbeidsdermatologie

Met collegiale hoogachting,
F Bruynzeel, arts-ass.

WS v Oyen 1078 PK Amsterdam origineel
A. Eijsten 1072 GJ Amsterdam kopie.

 

=== onderzoek 14-12-1993 ===

AFSCHRIFT Academisch Ziekenhuis Vrije Universiteit polikliniek dermatologie, de Boelelaan 1117 Postadres: Postbus 7057, 1007 MB Amsterdam

Aan:
Weledele Mevrouw, Eysten, Ceintuurbaan 266, 1072 GJ Amsterdam

Ons kenmerk: BBR/DPB/va Datum 23 december 1993

Onderwerp
A. Eysten, 2.805.817

 

Zeer geachte collega,

 

Op 14.12.1993 werd bij uw patiënte A. Eysten, geboren 20-11-1916, wonende Ceintuurbaan 266 te Amsterdam, aanvullend allergologisch onderzoek verricht i.v.m. een in Augustus ’93 opgetreden rode, jeukende huidafwijking op onderbenen, onderarmen en gelaat, na het verblijf in een park waar recent het herbicide middel Finale SL 14 was gebruikt.
Plakproeven werden uitgevoerd met: photopatch tests met Finale SL 14 0,1 tot 10% in vaseline.

Resultaat: negatief.

Conclusie: contact—allergie niet aangetoond.

Advies: hoewel patiente sterk aandringt op verder allergologisch onderzoek met dit middel, werd besloten het onderzoek te beeindigen, aangezien uiteindelijk het risico bestaat dat patiente gesensibiliseerd raakt door het testen met deze stof; in totaal zijn reeds 3 x tests met deze stof uitgevoerd. De concentratie van 10% is bovendien waarschijnlijk marginaal irritant.

 

Gezien:
Prof.dr. D.P. Bruynzeel, huidarts Allergologie/Arbeidsdermatologie

Met collegiale hoogachting,
F Bruynzeel, arts-ass.

WS v Oyen 1078 PK Amsterdam origineel
A. Eijsten 1072 GJ Amsterdam kopie.

—-
Bijlagen :
* routine reeks
* uitgevoerde reeks Finale SL 14 (in vaseline) 1%; 0,3%; 0,1%; 3%.

== Zie ook ==